Lepel
Tinnen lepel met platte zeskante steel waarin een ijzeren kern. Merk op de steel: fleur de lis.
Lepel
lepel, tin
Lepel
Ijzeren (blikken) opscheplepel met ijzeren ring aan handvat.
Lepel
Tinnen lepel met ovale bak. Zeskante steel met afgeronde top. Steelaanzet: dubbel lof.
Lepel
Tinnen lepel met ovale bak. Zeskante steel met afgeronde top. Steelaanzet: dubbel lof.
Bot van een lepelaar. Scapula, schouderblad.
Bot van een dwergaalscholver. Tibiotarsus.
Bot van een dwergaalscholver. Humerus, opperarmbeen.
Bot van een lepelaar. Tibiotarsus.
Zoutstrooier
Tinnen zoutstrooier.
Zoutstrooier
Tinnen zoutstrooier.
Lepel
lepel, tin
Kaarsensnuiter
Kop van tinnen kaarsensnuiter.
Bot van een lepelaar. Fragment van carpometacarpus.
Bot van een lepelaar. Scapula, schouderblad.
Bot van een lepelaar. Pelvis, bekken.
Bot van een lepelaar. Ulna, ellepijp, met trauma aan grotere uiteinde.
Brigandineplaat
IJzeren brigandine plaat met sporen van vertinning. In het plaatje zitten resten van 3 klinknagels en gaatjes voor 2 meer. De klinknagels hebben bolle kopjes.
Brigandineplaat
IJzeren plaatjes van een brigandine of ‘coat-of-plates’ (de voorganger van een brigandine). Deze vijf plaatjes hebben in totaal resten van 9 klinknagel en 3 gaatjes waar deze ook hebben gezeten.
Brigandineplaat
IJzeren brigandine plaatjes, drie stuks, elk met zes ijzeren klinknagel met platte kop. De schacht van de klinknagels is ca. 2.5mm in diameter en de kop is ca. 5mm in diameter.
Rondeel
IJzeren rondeel, harnasonderdeel dat bescherming biedt aan de oksel, vormgegeven and vijf-bladerige bloem met 0.5cm diameter gat ter bevestiging aan leren riempje met klinknagel. Materiaal is 1mm dik, afgezien van reliëf.