Dolk
Ijzeren dolk of piek. Merk op lemmet.
Pareerstang
IJzeren pareerstang van een dolk met twee naar voren stekende uiteinden. Van voren zit een gat voor een driehoekig lemmet. Van achter zit een holle, driehoekige schacht voor bevestiging met het heft.
Dolk
Ijzeren lemmet van nier-/klotendolk met stootplaat en stervormige heftbekroning. Lemmet met driehoekige doorsnede en merk.
Dolk
Ijzeren dolk met resten van getordeerd houten heft. Stervormige heftbekroning, merk op lemmet.
Dolk
Ijzeren lemmet van dolk met merk aan beide kanten.
Bot van een lepelaar. Tarsometatarsus.
Bot van een lepelaar. Ulna, ellepijp.
Bot van een lepelaar. Radius, spaakbeen, met geheelde breuk.
Bot van een lepelaar. Scapula, schouderblad.
Vingerhoed
Vingerhoed, fragment, messing.
Ring
Ring met oogje, messing.
Speld
Speld, messing. Metaal ongeconserveerd.
Haak
Ijzeren haak met messing, halve bolletjes aan de punten. Mogelijk decoratieve lasthaak voor zakken, kleding of kroonluchter.
Haak
Ijzeren haak met oog. Mogelijk vleeshaak.
Trekmes
Ijzeren trekmes met merk: ROBERT HERDER SOLINGEN.
Werpanker
Ijzeren werkanker met vier weerhaken.
Marlpriem
Ijzeren marlprime voor het afwerken van touw.
Vetvanger
Lood-tinnen miniatuur van een vetvanger met handvat.
Gordelsluiting
Messing gordelsluiting met gestanst bloemmotief op riemeinden.
Blokgewicht
Loden blokgewicht met daarin de letter ‘D’, ‘C’ en ‘G’ gestempeld.
Lakenlood
Loden lakenlood met gotische ‘A’ omringd door rondjes aan de ene kant en (stads)wapen aan andere kant (onleesbaar).